Participeren

Simons en Ruijters (2010) beschrijven de leervoorkeur participeren als volgt:

'Leert graag samen met of in gezelschap van anderen. Dialoog maar ook reacties op eigen inbreng zijn van belang. Varieert van samen iets uitzoeken, taken verdelen, tot collectief betekenis geven. Raakt geïrriteerd als iemand zich aan de groep onttrekt.'

samen roeien

De kernwoorden voor een participerende leervoorkeur zijn:

Typische participerende werkvormen zijn:

Participerend leren is effectief voor:

(Uit: Toelichting leervoorkeuren, Twynstra Gudde)

Enkele kenmerkende citaten uit Liefde voor leren:

'Mensen die juist samen met anderen goed tot leren komen, hebben het ‘sparren’ nodig om eigen ideeën helder te krijgen en het aan te scherpen. Je wordt gedwongen om iets onder woorden te brengen. Bovendien word je gevoed door reacties en ideeën van anderen.' (Ruijters, 2006, p. 209)

'Begeleiding kan interessant zijn, vooral in de vorm van een teamcoach die enigszins stuurt op de samenwerking. Maar onderling taken verdelen of een wisselend voorzitterschap is ook een goed alternatief.' (Ruijters, 2006, p. 209)

'Heeft moeite met ongelijkheid in teams (mensen die geen verantwoordelijkheid nemen of zich onttrekken aan het team).' (Ruijters, 2006, p. 209)

'Organiseer het gesprek en draag zorg voor gesprekshygiene (voorkom de ‘pingpongwedstrijd’ – iedereen zegt wat, maar het bouwt niet op).' (Ruijters, 2006, p. 209)

'Blokkeert als er te weinig tijd is om van gedachten te wisselen'. (Ruijters, 2006, p. 209)

'Soms kan het botsen met mensen die kennis verwerven of kunst afkijken, omdat er te weinig tijd wordt genomen om een band op te bouwen, en er uit het oogpunt van efficiency snel wordt gekozen voor taak verdelen.' (Ruijters, 2006, p. 210)