Medewerker & direct leidinggevende

Wat houdt de medewerker bezig over zijn werk, waar ligt hij wakker van of wat grijpt hem naar de strot? Iedereen gaat verschillend om met vraagstukken, de beleving is verschillend en hoe we daarvan leren is verschillend. Zowel de medewerker als zijn direct leidinggevende hebben een verantwoordelijkheid in het vraagstuk. Als het vraagstuk vast zit, energie kost en weinig oplevert, zullen beiden aan de slag moeten. Daarbij gaat het niet om concrete oplossingen zoeken. In dat geval zou het vraagstuk hooguit een lastig probleem zijn. Het gaat om complexe vraagstukken waar de medewerker al van alles heeft geprobeerd.

vraagstuk

Om het vraagstuk los te krijgen moet er energie gevonden worden in de medewerker en in zijn direct leidinggevende. Door bewust te gaan zoeken naar andere perspectieven over het vraagstuk, wordt de intrinsieke motivatie van beiden onderzocht. De energiebron van beiden wordt dan direct aangesproken. Dit kan worden bereikt door een verdiepende dialoog over persoonlijke ambities en ervaringen.

De foto geeft aan hoe de relatie medewerker - direct leidinggevende gezien kan worden. De medewerker is de persoon in het doolhof. Hij heeft een lastig vraagstuk en hij ziet niet hoe hij verder moet. Hij weet geen oplossing, zijn denken zit vast, de druk neemt toe en zijn werkplezier neemt af. Het doolhof staat voor een vraagstuk in zijn werk en waar hij verantwoordelijk is voor het resultaat.

De direct leidinggevende is de persoon die door de lens van de fotocamera kijkt. Op afstand ziet hij hoe de medewerker vast zit in zijn doolhof en worstelt met het vraagstuk. Het is de verantwoordelijkheid van de direct leidinggevende om de medewerker sturing en ondersteuning te geven zodat de medewerker kan omgaan met zijn vraagstuk. De direct leidinggevende is dus niet verantwoordelijk om een goede oplossing aan te reiken. De medewerker moet zelf in staat zijn het vraagstuk tot een goed einde te brengen.

Zowel de medewerker als de direct leidinggevende hebben hun verantwoordelijkheid in de dialoog. Ze kunnen de vrije ruimte voor anders denken zo groot mogelijk te maken door hun overtuigingen los te laten.

communicatie?

Met je baas een dialoog starten over een lastig vraagstuk is op zichzelf al lastig. Je gaat dan aan je baas toegeven dat je iets niet gelukt is en dat je hulp nodig hebt. Hij heeft de macht om je het leven zuur te maken en daar wil je liever geen aanleiding voor geven. Met je medewerker een dialoog starten over zijn vraagstuk omdat hij vastloopt en hulp vraagt, is lastig. Het valt niet mee om geen hapklare oplossingen te geven. Als je dat toch doet, verandert er niks en staat hij binnenkort weer aan je bureau.

De benadering van de ander is belangrijk. Wanneer je het verschil in verantwoordelijkheden of positie als uitgangspunt neemt voor een dialoog, sta je al bij aanvang op een verkeerd spoor. Je selecteert dan informatie op basis van pikorde en dat gaat ten koste van de ruimte op vrij te denken.

Je overtuiging over de ander zet je op slot. Je verkleint de vrije ruimte die nodig is om anders te gaan kijken naar het vraagstuk. Voor een dialoog is het belangrijk het vraagstuk centraal te zetten en niet je overtuigingen. Doe de motorkap van het vraagstuk open en vertel wat je ziet. Alleen dan geeft verschillend kijken naar hetzelfde vraagstuk ruimte tot anders denken.