Literatuuronderzoek

Het glas van de vissenkom is voor iedereen verschillend. Dat wat ons motiveert is persoonlijk en hoe we leren verschilt ook. Wat betreft leren kunnen met behulp van de leerscan de persoonlijke leervoorkeuren zichtbaar gemaakt worden. Door vanuit elk van de vijf leervoorkeuren deelvragen theoretisch te onderzoeken, ontstaat een breed beeld van antwoorden op de centrale onderzoeksvraag.

Deelvragen

Wat betekent in de context van de onderzoeksvraag:

  1. het begrip dialoog;
  2. de relatie medewerker en diens direct leidinggevende;
  3. het beïnvloeden van de ander;
  4. het begrip intrinsieke motivatie?

Methode

De deelvragen zijn bestudeerd vanuit de volgende literatuur:
  1. Tien beïnvloedingsvaardigheden
  2. Mindset
  3. Kennisontwikkeling en dialoog
  4. Vrije ruimte
  5. Brain rules
  6. Liefde voor leren
  7. Theory U
  8. Leiderschap in/en leren
  9. Persoonlijk leiderschap
  10. Zoeken naar intrinsieke motivatie

 

In het artikel Leidinggeven aan leren leggen Simons en Ruijters uit dat een leider inzicht moet hebben in de eigen leervoorkeuren om leiding te kunnen geven aan een ander, aan een team en aan een organisatie. Bij het toepassen van leidinggeven aan de ander blijkt inzicht in spanningsvelden tussen verschillende leervoorkeuren belangrijk te zijn.

"Een veel voorkomende irritatie is die tussen de manager (overwegend kunstafkijker) en de P&O (overwegend participeerder), waarbij de één van mening is dat de ander echt wat directer en scherper kan zijn, en liefst minder lang van stof, terwijl de ander daardoor een totaal gebrek aan belangstelling en samenwerking ervaart."

De uitwerking van de spanningspvelden levert de volgende tabel op (tabel 2 uit artikel Leidinggeven aan leren).

Tabel 2 uit artikel Leidinggeven aan leren

Voor elk spanningveld heb ik de deelvragen beantwoord. Bijvoorbeeld PA met KV, bij deze combinatie gaat het om de onderlinge spanning door de nadruk op meningen (PA) tegenover de nadruk op feiten (KV). Beiden hebben fouten vermijden als gemeenschappelijk kenmerk. Om in dialoog te blijven is het verstandig om vanuit het gemeenschappelijke de verschillen te onderzoeken. Hoe kun je blijven luisteren terwijl je de natuurlijke neiging hebt om de ander te zeggen dat hij het verkeerd ziet? Vertel eerst dat je fouten vermijden belangrijk vindt, vraag de ander hoe hij dat ziet en ga pas dan vragen hoe het zit met feiten tegenover meningen.

Elke combinatie van leervoorkeuren geeft specifieke spanningsvelden. De kenmerken daarvan heb ik als uitgangspunt gebruikt om factoren te selecteren uit de litaratuur die van invloed zijn op de dialoog. De verantwoording voor de gekozen literatuur heb ik beschreven bij de uitleg van elk boek.

Resultaten

Voor elk van de vijf leervoorkeuren is een lijst met factoren opgesteld die van belang zijn voor een dialoog tussen een medewerker en een direct leidinggevende. De lijst bestaat uit DO's en DON'Ts voor en is zodanig gepresenteerd dat combinaties van verschillende leervoorkeuren overzicht geven.