Intrinsieke motivatie, Ambitie & Flow

Hoe kan het dat ik ‘s middags in de plenaire vergadering zit te knikkebollen en dat ik nog geen twee uur later bloedfanatiek op de tennisbaan sta?

Kennelijk komt de energie voor een vergadering uit een andere batterij dan voor tennis. Dit heeft te maken met waar de intrinsieke motivatie op gebaseerd is. Hiernaar op zoek gaan, gaat volgens Vinke (2004) om het begrijpen en beïnvloeden van de energie waarmee we bewegen.

De motivatie wordt zichtbaar in het gedrag. Het gedrag levert een prestatie op en die kan worden beoordeeld als positief of negatief. De geleverde prestatie is afhankelijk van het willen (motivatie), het kunnen (competenties) en het mogen (waarden). Deze drie aspecten zijn van belang bij het sturen op gedrag voor het realiseren van gewenste opbrengsten.

Het knikkebollen bij de vergadering zegt dus wat over hoe belangrijk de vergadering wordt opgevat, in hoeverre de vergadering begrepen wordt en in hoeverre de medewerker een bijdrage wil leveren.

Vinke (2004) legt uit dat het ervaren van flow aanduidt dat er sprake is van motivatie. Een motivatieprobleem wijst daarmee op de afwezigheid van flow. Flow is een optimale ervaring. Een toestand waarin er grote opwinding is en met uiterste concentratie een klus geklaard wordt waarbij de tijd vliegt. Flow is een ervaring die te beïnvloeden is. Flow-ervaringen zijn gekoppeld aan activiteiten die de volledige aandacht vragen. Bij flow is er door de activiteit een balans tussen motivatie, competenties en waarden.

De balans tussen willen, kunnen en mogen wordt continu verstoord. Een nieuwe taak vraagt om aanpassing van de balans. Door een geslaagde cursus is de taak opeens geen uitdaging meer en moet de balans weer gevonden worden. Flow ontstaat niet vanzelf, mensen veranderen en de uitdagingen moeten mee veranderen.

In flow ben je niet bewust van de uitvoering van de taak. Je gaat op in je werk en je laat je niet afleiden door ergernissen. Je ervaart minder stress en je werk vereist minder supervisie, dwang of beloning. Je werk bestaat ook uit taken die je minder leuk vindt, werk waarbij de flow-ervaring niet zal ontstaan. Voor dit deel heb je extrinsieke motivatie nodig. Je moet het doen omdat je ook betaald wordt voor die vervelende taken. Je hebt dus intrinsieke sturing nodig voor de plezierige taken en extrinsieke sturing voor de vervelende taken. Het is je uitdaging om de flow-taken zo omvangrijk mogelijk te houden.

De sturing op intrinsieke motivatie is persoonlijk. Het is voor iedereen verschillend wat flow oplevert en wat niet. Daarom is persoonlijke informatie nodig. Dit geldt ook voor extrinsieke sturing. Wanneer een taak als plezierig wordt ervaren en er ter stimulans een extra beloning wordt voorgehouden, zal de motivatie afnemen. Het is per persoon en per situatie verschillend wat bijdraagt tot flow. Voor het voeren van een dialoog is het zinvol om de flow-ervaringen te onderzoeken. Wanneer je weet hoe flow is ontstaan, kun je de omstandigheden beïnvloeden.